21 juli 2018

Vlinders - Witjes



 
 
De vlinders uit de familie van de Witjes lijken veel op elkaar.
Zoals de naam al aangeeft, is het Klein koolwitje met een vleugellengte is 21-27 mm. de kleinste uit de familie.  
Het Groot koolwitje is een maatje groter en heeft een vleugellengte van 28-32 mm. De donkere vleugeltippen lopen langer langs de randen naar beneden.
Het Klein geaderde witje onderscheidt zich door de met groen bestoven aders aan de onderkant en heeft een vleugellengte van 20-24 mm.
 
 

 
Klein koolwitje (Pieris rapae)
Small white
 
Zowel het mannetje als het vrouwtje zijn wit met een grijze vleugeltip aan de rand van de voorvleugel. Beiden hebben twee vlekken op de voorvleugel; bij het vrouwtje zijn die vlekken groter en zwarter dan bij het mannetje.
Het Klein koolwitje is te vinden in bosranden, bloemrijke graslanden, dijken, randen van akkers, ruigten, tuinen en parken.
 
 
Groot koolwitje (Pieris brassicae)
Large white
 
Het vrouwtje van het Groot koolwitje heeft twee zwarte stippen op de bovenkant van de voorvleugel. Het mannetje heeft helemaal geen stip(pen).
De jonge rupsen van deze vlinder leven graag dicht bij elkaar. Een rupsje dat alleen opgroeit, groeit trager.
Het Groot koolwitje is te vinden in tuinen en moestuinen, ruigtes, houtwallen, bosranden, parken en bloemrijke graslanden.
 
 
Klein geaderd witje (Pieris napi)
Green-veined White
 
Het Klein geaderd witje onderscheidt zich van de andere witjes door zijn met groen bestoven aderpatroon op de onderzijde.

Als een Kleine geaderd wit-vrouwtje niet geïnteresseerd is in een langsvliegend mannetje, klapt zij haar vleugels dicht. Door de schutkleur en het groene streeppatroon aan de onderkant van de vleugel, valt zij niet op en vliegt het mannetje gewoon verder.
Het Klein geaderde witje houdt van moerassen, vochtige heidegebieden en graslanden, bosranden, tuinen en parken.